Voor ervaren MKB-ondernemers die hun financiële leven rustig en overzichtelijk willen regelen. Elke zaterdag een 4-minutenmail met heldere inzichten, structuren en concrete stappen.
Elke dag een procentje beterHet klinkt zo mooi. Elke dag een procentje beter. In de topsport is het bijna een vanzelfsprekend uitgangspunt. In het wielrennen werd het bekend als marginal gains: niet wachten op die ene grote doorbraak, maar voortdurend zoeken naar kleine verbeteringen. Training. Voeding. Herstel. Materiaal. Slaap. Alles kan nét iets beter. Maar de afgelopen periode merk ik in mijn coaching dat achter dat simpele zinnetje een veel interessantere vraag zit. Hoe doe je dat eigenlijk, elke dag een procentje beter worden? Een doel stellen is nog geen doel halenAan directie- en managementtafels hoor ik regelmatig mooie ambities. We willen meer eigenaarschap. Beter samenwerken. Duidelijker communiceren. Meer delegeren. Prima doelen. Maar wat ga je morgen anders doen? Welk gedrag hoort daarbij? Wanneer ga je dat oefenen? En wie mag jou erop aanspreken? Want een doel stellen is nog geen doel halen. Daar kunnen we volgens mij veel leren van topsporters. Een voetballer die van zijn trainer hoort dat hij sneller moet handelen, kan precies begrijpen wat daarmee wordt bedoeld. Maar daarmee handelt hij nog niet sneller. Hij moet oefenen. Proberen. Fouten maken. Beelden terugkijken. Feedback krijgen. Opnieuw proberen. De open en de gesloten handIk spar regelmatig met Bart Heuvingh, sportpsycholoog bij AZ. Mooie gesprekken, omdat onze werelden meer overeenkomsten hebben dan je zou denken. Ik leer van zijn ervaringen in de topsport. Hij haalt op zijn beurt lessen uit mijn ervaringen met ondernemers en organisaties. En daarmee zijn we eigenlijk precies aan het doen waar dit artikel over gaat. Van elkaar leren om allebei een beetje beter te worden. Bart gebruikt vaak het beeld van de open en de gesloten hand. Als iets mislukt, kritiek ons raakt of we onder spanning staan, hebben we de neiging onszelf te beschermen. De hand sluit. We verdedigen ons, zoeken verklaringen, of vallen terug op gedrag dat we kennen. Dat voelt veilig. Ontwikkeling vraagt juist dat we die hand weer durven openen. Wat gebeurde hier? Wat kan ik hiervan leren? En wat probeer ik de volgende keer anders? Wel doen, maar beterEen prachtig voorbeeld vind ik Frenkie de Jong. Na de beroemde Champions League-wedstrijd van Ajax tegen Real Madrid werd hem een actie teruggetoond waarbij hij vlak voor zijn eigen zestien veel risico nam en de bal verloor. Je zou kunnen denken: dat moet ik dus niet meer doen. Frenkie reageerde anders. “Wel doen, maar beter.” Vier woorden waarin voor mij bijna de hele groeimindset zit. Een fout zegt niet wie jij bent. Een fout vertelt je iets over wat je nog kunt leren. Een paar jaar geleden sprak ik enkele keren met waterpoloster Simone van de Kraats. Inmiddels wereldkampioen en uitgeroepen tot beste waterpoloster ter wereld. Haar omschrijving van groeimindset vind ik prachtig: elke dag één procent beter. Niet totdat je 100 procent hebt bereikt, want dan zou er een plafond zijn. Juist haar verhaal laat zien dat ontwikkeling niet vanzelfsprekend is. Als jonge speelster kreeg ze nog te horen dat ze geen talent had. Waar moet jij op oefenen?Zeggen dat je wilt groeien is één. Maar waarin? Daar begint ontwikkeling met inzicht in jezelf. Wat gaat je van nature gemakkelijk af? Wat gebeurt er met je onder druk? Welk patroon heeft je jarenlang geholpen, maar begint je nu juist te beperken? Ik gebruik daarvoor in mijn coaching onder andere BrainCompass. Niet om iemand in een hokje te stoppen, maar om zichtbaar te maken waar ontwikkeling kan zitten. Want “ik wil een betere leider worden” kun je moeilijk oefenen. “Ik stel eerst drie vragen voordat ik zelf met een oplossing kom” kun je morgen oefenen. Dan wordt een ambitie concreet gedrag. En durf je dat vervolgens ook? Want nieuw gedrag voelt niet vertrouwd. Precies daar wordt de omgeving belangrijk. We zeggen gemakkelijk “hier mag je fouten maken.” Maar is dat werkelijk zo? Mensen voelen razendsnel of experimenteren echt veilig is. Dat betekent niet dat we elkaar sparen. Juist niet. Ontwikkeling vraagt eerlijkheid, feedback en soms ongemak. Maar er is een verschil tussen “jij bent hier niet goed in” en “dit ging nog niet goed, wat kunnen we hiervan leren?” Daarom gebruik ik bij teams ook het Connection Compass. Niet als etiket, maar om elkaar beter te begrijpen. Wat heb jij nodig om je hand open te kunnen houden? Wanneer train jij?Misschien zit daar wel een belangrijk verschil tussen topsport en het bedrijfsleven. In topsport wordt ontwikkeling getraind. In organisaties wordt ontwikkeling vaak besproken. We formuleren een doel, zetten het in de notulen en gaan over tot de orde van de dag. Een topsporter analyseert, experimenteert, krijgt feedback, reflecteert en probeert het opnieuw. Maar wanneer doe jij dat als ondernemer? Wanneer kijk jij terug op een vergadering? Wanneer vraag jij na een moeilijk gesprek om feedback? Wanneer oefen jij bewust nieuw gedrag? Want al doende leert men. Maar dan moeten we wel weten waarop we willen oefenen, en onszelf en elkaar de veiligheid geven om iets te doen wat we nog niet kunnen. Dus de vraag die we je deze week meegeven: weet jij eigenlijk wat jouw volgende procentje is? We horen graag wat het bij je oproept. Reageer gerust op deze mail. We lezen alles. En ken je een ondernemer die ontwikkeling vooral bespreekt in plaats van traint? Stuur deze editie door. Soms is één vraag genoeg om van praten naar oefenen te gaan. Goed Geregeld op Zaterdag Maurice van den Hemel & Arko Hoondert |
Voor ervaren MKB-ondernemers die hun financiële leven rustig en overzichtelijk willen regelen. Elke zaterdag een 4-minutenmail met heldere inzichten, structuren en concrete stappen.